Publicaties

Hieronder staan de publicaties van afgelopen jaren. Oudere publicaties volgen spoedig.

WETENSCHAPPELIJKE BIJEENKOMSTEN, 2016

3 maart 2016 te Utrecht: ALV en Open bijeenkomst

Het wetenschappelijk gedeelte werd voorafgegaan door een Algemene Ledenvergadering

Lezingen:

  • Niek Janssen
    TIVOLIVREDENBURG: QUINTET IN AKOESTIEK
  • Eddy Gerretsen (Arnold Koopman & Sven Lentzen)
    ‘ANALYSE VAN DE GELUIDWERING TUSSEN DE ZALEN VOOR POP EN KAMERMUZIEK’
  • Arnold Koopman
    VERBETERINGEN VAN DE GELUIDWERING TUSSEN DE ZALEN VOOR POP EN KAMERMUZIEK

 

22 juni 2016 te IJmuiden: excursie Tata Steel

Lezingen:

  • André Kok (afdeling Health, Safety & Environment)
    GELUIDBEHEER BIJ TATA STEEL
  • Henk Janssen (omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied)
    GELUIDBEHEER VAN HET IJMOND GEBIED
  • Theo Campmans (LBPSIGHT)
    ADVISERING LAWAAIBEHEERSING BIJ TATA STEEL

12 oktober 2016 te Enschede: Open bijeenkomst ‘Numerieke akoestiek’

Lezingen:

  • Ysbrand Wijnant
    SOLVING THE HELMHOLZ EQUATION IN TERMS OF AMPLITUDE AND PHASE
  • Korcan Kucokcoskun
    CURRENT ACOUSTIC SIMULATION TECHNOOGY USING FINITE ELEMENT METHOD ADAPTIVE ORDER (FEMAO)
  • Maarten Hornikx, Raúl Pagán Muñoz, Indra Sihar
    ACOUSTIC MODELLING IN THE BUILT ENVIRONMENT WITH THE DG METHOD
  • Marten Nijhof
    ACOUSTIC REPSONSE OF BURRIED ELASTIC OBJECTS IN UNDERWATER ENVIRONMENTS
  • Rob Opdam
    SIMULATION AND ITS APPLICATIONS: AURALIZATION
  • Elke Deckers, S. Jonkheere, L. van Belle, C. Claeys, W. Desmet
    ON THE PREDICTION OF THE REFLECTION, TRANSMISSION AND ABSORPTION COEFFICIENT OF VIBRO-ACOUSTIC METAMATERIALS


JOURNAALS

In 2016 binnengekomen publicaties van het Genootschap:

Nr. 207                       ALV en open bijeenkomst

Voordrachten gehouden op de bijeenkomst van
3 maart 2016 te Utrecht, TivoliVredenburg

 

TIVOLIVREDENBURG: QUINTET IN AKOESTIEK

Niek Janssen

 

TivoliVredenburg is met vijf zalen met zeer uiteenlopende programmering, elf foyers, twee cafés en een capaciteit van 7900 personen het grootste concertgebouw van Nederland. Door alle betrokkenen moest het maximale uit de kast worden gehaald om het plafond van technische mogelijkheden te halen. Een uniek project, waarvoor expertise op het gebied van bouw- en zaalakoestiek van ontwerp tot en met oplevering van eminent belang is geweest. Niek Janssen van Royal HaskoningDHV bespreekt vanuit de rol als akoestisch adviseur het ontwerp, de meetresultaten en de oplevering alsook de ervaringen van de gebruikers.
‘ANALYSE VAN DE GELUIDWERING TUSSEN DE ZALEN VOOR POP EN KAMERMUZIEK’

Eddy Gerretsen (Arnold Koopman & Sven Lentzen)

 

TivoliVredenburg omvat vijf muziekzalen die zodanig zijn gecombineerd en ingebouwd dat gelijktijdig gebruik mogelijk is. Daartoe zijn hoge eisen gesteld aan de onderlinge geluidwering, rekening houdend met het type muziek in de verschillende zalen wordt gemaakt. Het gebouw is relatief licht, wat voor de geluidwering een uitdaging betekent. Tussen de meeste zalen is de beoogde geluidwering ook gerealiseerd, maar met name tussen de zalen voor popmuziek en kamermuziek schoot de geluidwering tekort. Door middel van berekeningen en aanvullende metingen is tussen deze twee zalen de geluidoverdracht geanalyseerd en gekwantificeerd. Voor die berekeningen is het model uit de norm EN 12354 op aangepaste wijze gebruikt. Hieruit ontstond een concreet beeld van de voornaamste geluidpaden, de mogelijke oplossingen en het te bereiken effect.
VERBETERINGEN VAN DE GELUIDWERING TUSSEN DE ZALEN VOOR POP EN KAMERMUZIEK

Arnold Koopman

 

Op grond van de modelleringen en metingen aan de geluidpaden tussen de popzaal en de kamermuziekzaal van TivoliVredenburg is vastgesteld dat het dominante geluidpad via 4 stalen kolommen op de 6e verdieping voert. De oplossing hiervoor is het doorsnijden van dit pad door de kolommen door te zagen. Gezien de constructieve rol van de kolommen dienen daar veren voor terug te komen. Hieraan zitten een reeks aan technische uitdagingen, zowel akoestisch, als constructief als uitvoeringtechnisch. Het toepassen van veren in gebouwen is op zich niet ongewoon, maar is complex zodra het gaat om een bestaand gebouw en nog meer als er sprake is van parallelle draagwegen en geluidpaden. Na een intensief ontwerpproces is de uitvoering voorspoedig verlopen met een resultaat conform de voorspelling.

 

Nr. 208                       Open bijeenkomst: ‘Numerieke akoestiek’

Voordrachten gehouden op de bijeenkomst van
12 oktober te Enschede, Universiteit Twente

SOLVING THE HELMHOLZ EQUATION IN TERMS OF AMPLITUDE AND PHASE
Ysbrand Wijnant
Acoustic simulation using the Helmholtz-equation is usually time consuming. For accurate finite element simulations, one needs at least 6 discrete elements per wavelength, resulting in impractical calculation times for large domains/high frequencies.

 

One option to circumvent the 6-element-per-wavelength requirement could be to reformulate the Helmholtz equation in terms of acoustic amplitude and phase, as opposed to (complex) pressure. As amplitude and phase are (generally) smooth functions, and the smoothness does not depend on frequency, the spatial resolution of the mesh could be reduced drastically without the model being less accurate. In this talk, the suggested approach is explained and some results of the method are shown.
CURRENT ACOUSTIC SIMULATION TECHNOOGY USING FINITE ELEMENT METHOD ADAPTIVE ORDER (FEMAO)

Korcan Kucokcoskun

 

“Simulation tools provide flexibility to designers and engineers in order to predict performance of their product without building their physical prototypes. In many industrial simulation applications, the geometrical size combined with the frequency range of interest results in large models and therefore long computation times. In a typical simulation process, one single model is used to cover the full frequency range of interest. As the mesh discretization is determined by the highest frequency of interest, the model is over-sampled/over-discretized for lower frequencies.

 

One of the possible solutions is to create different meshes for different frequencies of interest and solve the acoustic problem using the different meshes. Another alternative is to use one single mesh for all frequencies with varying element order depending on the frequency. The latter represents the strategy of the Finite Element Method Adaptive Order (FEMAO). This talk discusses FEMAO and illustrates its accuracy and its superior performance compared to conventional FEM.”
ACOUSTIC MODELLING IN THE BUILT ENVIRONMENT WITH THE DG METHOD
Maarten Hornikx, Raúl Pagán Muñoz, Indra Sihar
As regards wave-based acoustic modelling in the built environment, a major shortcoming is still the computational cost related to solving real-life problems in a reasonable calculation time without having to resort to supercomputers. Therefore, efforts to develop efficient numerical methods are important. Such developments are ongoing at Eindhoven University of Technology. While a recent NAG presentation was devoted to the PSTD method, this presentation will discuss the Discontinuous Galerkin (DG) method as an efficient numerical methodology for solving various type of problems. The principles of the DG method with its advantages and drawbacks will be presented and ongoing applications to outdoor sound propagation as well as to solving the linear elasticity equations in building acoustics are discussed.

 

ACOUSTIC REPSONSE OF BURRIED ELASTIC OBJECTS IN UNDERWATER ENVIRONMENTS
Marten Nijhof
In many harbour environments around the world an important safety aspect is the detection of buried underwater objects (such as unexploded ordinances/mines). For automatic detection and classification of buried underwater objects using low- to mid- frequency sonar the co-called Target In the Environment Response (TIER) is an important target characteristic. Classification and detection is often based on correlating the TIER of a potential target with the TIERs in a database of known objects.

 

Obtaining experimental TIER measurements of proud, partially and fully buried objects to populate the database is an expensive undertaking. Using numerical predictions of the TIER instead of experimentally gathered data is a potential efficient alternative. In addition, a numerical model also offers insights into the physics involved as an added advantage (which may help to improve detection/classification algorithms). An efficient numerical hybrid method based on Finite Element and Helmholtz Kirchhoff Integral (HKI) models was developed for prediction of the TIER of arbitrarily positioned, buried/half buried axially symmetric objects. This hybrid model was successfully tested and validated using experimental data for a number of cases. On overview is given of the methods that are used illustrated with examples of the TIER of simple objects.

 

SIMULATION AND ITS APPLICATIONS: AURALIZATION

Rob Opdam
Several different acoustic simulation methods exist, but none of them is generally applicable in all situations. So what type of simulation should be used? A short overview of the most common simulation methods with their properties and the differences of the required input data are presented. A more in-depth view is given of real-time simulation methods to explore the capabilities and challenges for auralization purposes.

 

ON THE PREDICTION OF THE REFLECTION, TRANSMISSION AND ABSORPTION COEFFICIENT OF VIBRO-ACOUSTIC METAMATERIALS

Elke Deckers, S. Jonkheere, L. van Belle, C. Claeys, W. Desmet
A growing ecological awareness has led to a shift towards lightweight materials. These materials, however, come with an impaired NVH behaviour and thus require a smart design to meet the ever-increasing customer expectations and more stringent regulations. Vibro-acoustic metamaterials come to the fore as candidates for lightweight material systems with superior NVH insulation, be it at least in some targeted and tuneable frequency ranges, referred to as stopbands. These stopbands result from resonant cells arranged on a subwavelength scale and can be predicted through a unit cell analysis of the metamaterial structure, exploiting periodic structure theory. This presentation discusses numerical models to take into account the effect of acoustic excitation and vibro-acoustic coupling. Using these models, the sound transmission, absorption and reflection coefficient of infinite complex periodic structures can be predicted.

 

WETENSCHAPPELIJKE BIJEENKOMSTEN, 2015

21 januari 2015 te Nijmegen: Open bijeenkomst en excursie

Lezingen:

  • Toine Taks
    DE ZOEKTOCHT NAAR EEN NIEUWE PLEK VOOR DOORNROOSJE EN DE EERSTE ERVARINGEN MET/IN DE NIEUWBOUW
  • Jan Decker
    HET ARCHITECTONISCH ONTWERP VAN POPPODIUM DOORNROOSJE EN DE COMBINATIE MET HET BOVENLIGGENDE STUDENTENWOONCOMPLEX
  • Maarten Luykx
    UITDAGINGEN BIJ HET ONTWERP VAN HET POPPODIUM EN DE STUDENTENWONINGEN VANWEGE DE LIGGING BOVEN ELKAAR EN NAAST HET TREINSPOOR

8 april 2015 te Utrecht: ALV en Open bijeenkomst

Het wetenschappelijke gedeelte werd voorafgegaan door een Algemene Ledenvergadering

Lezingen:

  • Wim van Keulen
    MODEL VAN DE INVLOED VN WEGOPPERVLAKEIGENSHAPPEN OP HET BANDWEGDEKGELUID
  • Remy Wenmaekers
    HET BEOORDELEN VAN PODIUMAKOESTIEK: OPTIMAISATIE VAN MEETMETHODEN
  • Mario Matthijssen
    HET VERDELEN VAN GELUIDRUIMTE BIJ TWEE BEDRIJVEN OP EEN GEZONEERD INDUSTRIETERREIN, ZOWEL QUA VERRUIMING ALSOOK QUA VERKLEINING VAN DE GELUIDRUIMTE
  • Maarten Hornikx
    ACOUSTIC PROPAGATION MODELLING WITH PSTD: DEVELOPMENTS AND PROSPECTS

 

7 oktober 2015 te Utrecht: Open bijeenkomst ‘Rekenen en meten van omgevingslawaai’

Lezingen:

  • Dolf de Gruijter
    METEN EN HET BEHEER VAN REKENVOORSCHRIFTEN
  • Monika Rychtarikova & Christ Glorieux
    MEER PASSAGIERS IN BRUSSELS AIRPORT EN TOCH MINDER LUCHTVERKEERSGELUID?
  • Ronald van Loon
    DE VEROUDERINGSCORRECTIE CTIJD VOOR STILLE WEGDEKKEN
  • Theo Campmans
    METING VAN INDUSTRIELAWAAI EN VERGELIJKING MET BEREKENINGEN RONDOM TATA STEEL, IJMUIDEN
  • Frits van der Eerden
    COMBINATIES VAN METEN EN REKENEN IN AANPAK VAN INDUSTRIE- EN VERKEERSGELUID
  • Rob Witte/Hans van Leeuwen
    NIET ‘METEN IS WETEN’ MAAR ‘WETEN WAT WE METEN’

    JOURNAALS

 

In 2015 binnengekomen publicaties van het Genootschap:

Nr. 205                       Open Bijeenkomst

Voordrachten gehouden op de bijeenkomst van
8 april 2015 te Utrecht, Museum Speelklok

 

MODEL VAN DE INVLOED VN WEGOPPERVLAKEIGENSHAPPEN OP HET BANDWEGDEKGELUID

Wim van Keulen

 

Geluidniveaus veroorzaakt door wegverkeer hebben onaanvaardbare hoogtes bereikt in en rond veel stedelijke gebieden. Het geluid veroorzaakt door de interactie tussen band en wegdek is een van de belangrijkste bijdragen aan verkeerslawaai. Daarom moeten oplossingen voor beperking van het geluid door de interactie tussen band en wegdek worden gezocht. Geluidsreducerende verhardingen worden beschouwd als een effectieve manier om het lawaai veroorzaakt door de band – weg interactie bij de bron te reduceren. Voor het verbeteren van het geluidsreducerend vermogen van verhardingen, is het belangrijk om de relatie tussen materiaaleigenschappen van de deklagen, oppervlaktekenmerken en het geluidsniveau te bepalen en modellen te ontwikkelen die als standaard kunnen worden gebruikt voor het ontwerp van geluidsreducerende wegdekken. Metingen zijn uitgevoerd voor het onderzoeken van de invloed van de samenstelling van het mengsel op de oppervlak-eigenschappen. Zowel laboratorium als veldmetingen zijn verricht. In de laboratorium experimenten, zijn dunne deklaag monsters met verschillende mengselsamenstellingen
ontworpen en geproduceerd; kernen die werden geboord uit proefvakken van Rijkswaterstaat in
Kloosterzande in Nederland zijn ook gebruikt. Metingen aan de oppervlakeigenschappen en mengselsamenstellingen van dunne deklagen zijn vervolgens verricht. De invloed van de materiaaleigenschappen op oppervlakkenmerken, zoals textuur, geluidsabsorptie en mechanische impedantie , is vervolgens bepaald door de testresultaten van materialen met verschillende mengselsamenstellingen met elkaar te vergelijken. Ook is een relatie tussen de mechanische impedantie en de stijfheid van een wegdekmateriaal ontwikkeld. Het onderzoek naar het effect van oppervlakte-eigenschappen op het geluid veroorzaakt door de band – weg interactie is uitgevoerd met behulp van statistische analyses. Correlatieanalyse en lineaire regressieanalyse zijn gebruikt voor het bepalen van de relatie tussen de oppervlakeigenschappen en de geluidsniveaus. Ook de invloed van de rijsnelheid van het voertuig, de bandtypes en kleine veranderingen van oppervlakkenmerken is geanalyseerd. Tot slot is een model ontwikkeld dat de geluidsniveaus veroorzaakt door de band – wegdek interactie op dunne deklagen voorspelt. Het model is opgebouwd door middel van regressieanalyse uitgevoerd op gegevens verkregen uit laboratoriummetingen en die welke beschikbaar waren in een bestaande database. Het model is gevalideerd met gegevens van momenteel gebruikte dunne deklagen. Het model kan worden gebruikt voor het voorspellen van geluidsniveaus en als ontwerp hulp bij het verbeteren van geluidreducerende oppervlakken.

 

 

HET BEOORDELEN VAN PODIUMAKOESTIEK: OPTIMAISATIE VAN MEETMETHODEN

Remy Wenmaekers
Bij het ontwerpen van concertzalen en theaters is het voorzien in een goede podiumomgeving een akoestische uitdaging. Een goede podiumakoestiek is belangrijk voor het bevorderen van samenspel maar ook voor het vermijden van gehoorschade veroorzaakt door te hoge geluidniveaus. In 2013 is er een promotieonderzoek gestart op dit onderwerp aan de Technische Universiteit Eindhoven met fondsen van NWO, ClickNL. Het doel van dit project is om meet- en rekenmethoden te ontwikkelen waarmee de objectieve beoordeling mogelijk is van de invloed van bouwkundige voorzieningen op de podiumakoestiek en geluidbelasting. Voor het eerst wordt er een methode ontwikkeld waarin de invloed van het orkest op de akoestiek meegenomen wordt. In deze bijdrage zal de voortgang in het onderzoek besproken worden. Onder andere komt het meten van akoestische parameters STearly,d en STlate,d aan bod, en de invloed van de orkestleden zelf op deze meting. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan een nieuw rekenmodel waarmee geluidniveaus in orkesten voorspeld kunnen worden.

HET VERDELEN VAN GELUIDRUIMTE BIJ TWEE BEDRIJVEN OP EEN GEZONEERD INDUSTRIETERREIN, ZOWEL QUA VERRUIMING ALSOOK QUA VERKLEINING VAN DE GELUIDRUIMTE
Mario Matthijssen

Naar aanleiding van het actualiseren van een Wgh-gezoneerd industrieterrein in combinatie met een wijziging van het zonebesluit (in verband met een nieuw bestemmingsplan) is gezocht naar een eenduidige aanpak om geluidruimte te verdelen bij twee bedrijven. Het gaat om een situatie waarbij vooraf niet het ene bedrijf voorrang kan worden gegeven ten opzichte van het andere bedrijf en ook niet via bedrijfsontwikkelingen een verdeelsleutel te vinden is. Daarbij was in de dagperiode extra geluidruimte te verdelen (waar ook om werd gevraagd) en in de nachtperiode juist geluidruimte te beperken. Hier zal het in het algemeen worden besproken met daarbij een fictief en extreem rekenvoorbeeld, zowel voor het verdelen van extra geluidruimte alsook voor het beperken van geluidruimte met betrekking tot een bepalend rekenpunt.

Een dergelijke situatie komt niet vaak voor. Toch kan deze aanpak een hulp zijn in de vorm van een eerste benadering, ook wanneer er wel omstandigheden zijn die vooraf al in de richting van een bepaalde verdeelsleutel wijzen.
Een uitgangspunt is te streven naar het gelijkelijk verdelen van de geluidkoek, maar in welke zin kan van gelijkelijk verdelen worden gesproken?

Uit algemene overwegingen wordt een criterium gevonden: de toename/afname van de cumulatie van de twee geluidbijdragen moet gelijk zijn wanneer alleen bij het ene of alleen bij het andere bedrijf de berekende toename/afname in rekening wordt gebracht. Dit betekent bij ophoging dat elk bedrijf de helft krijgt van de te verdelen geluidenergie. Bij verlaging lukt dat zo niet, omdat je dan bij de laagste bijdrage vaak meer moet aftrekken dan al wordt bijgedragen of de verlaging is bij de laagste bijdrage buitenproportioneel groot (en zou zo tot sluiting van het bedrijf leiden).

Voor het probleem bij verlaging is een eenduidige oplossing gevonden in het reciprook toepassen van energetische optelling (binnen de logaritme), namelijk volgens de regel -10log{[10^(-A/10)]+[10^(-B/10)]} in plaats van 10log{[10^(A/10)]+[10^(B/10)]}. Bij het cumuleren van de twee verlaagde bijdragen wordt echter weer wel de gewone energetische optellingsregel toegepast.

Deze benadering kan niet meer in termen van het gelijk verdelen van de te verminderen geluidenergie worden begrepen. Met genoemd criterium kan echter toch op eenduidige wijze invulling worden gegeven aan de notie van gelijkelijk verdelen, namelijk in het gelijkelijk verdelen van het effect van de verlaging op het gecumuleerde geluidniveau ter plaatse van het betreffende rekenpunt.

ACOUSTIC PROPAGATION MODELLING WITH PSTD: DEVELOPMENTS AND PROSPECTS
Maarten Hornikx

Computing the acoustics of indoor and outdoor spaces is traditionally carried out by simplified calculation methods at a low computational cost. The use of such methods does however exclude various acoustical aspects as meteorological influences, modal effects, periodic surface structures and a realistic auralization. Developments of wave-based methods have emerged in recent years, partly driven by the advances in computer power. Still, the limit of wave-based methods is their computational effort. A wave-based calculation method with a reasonably low computational cost is the Fourier pseudospectral time-domain (PSTD) method. In this presentation, the essentials of the PSTD method are explained, as well as past and current developments in this method. Furthermore, the development of the open source framework openPSTD is presented and applications of using PSTD in both outdoor and indoor scenarios are shown. Finally, the prospects of PSTD are discussed.

 

Nr. 206                       Rekenen en meten van omgevingslawaai

Voordrachten gehouden op de bijeenkomst van
7 oktober te Utrecht, Beatrixgebouw

METEN EN HET BEHEER VAN REKENVOORSCHRIFTEN
Dolf de Gruijter

 

Het beheer van reken- en meetvoorschriften is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) ondergebracht bij het RIVM. Met de nieuwe beheersstructuur wordt er naar gestreefd het beheer meer gestructureerd en continu te laten plaatsvinden. Binnen de structuur hebben de Werkgroep Geluid Modellering en ook Expertgroepen een rol. Er zal worden toegelicht hoe dit beheer plaatsvindt.

 

Metingen zijn een belangrijk middel om te bepalen of de gehanteerde uitgangspunten bij de rekenvoorschriften nog actueel zijn. Binnen het RIVM ligt de taak om via metingen door Rijkswaterstaat en ProRail berekende geluid- productiewaarden te valideren. Deze metingen zeggen niet alleen iets over het rekenen door genoemde partijen, maar geven zeker op termijn een beeld van de kwaliteit van de rekenregels in het reken- en meetvoorschrift. Hoe meet het RIVM en wat levert het op?

 

 

MEER PASSAGIERS IN BRUSSELS AIRPORT EN TOCH MINDER LUCHTVERKEERSGELUID?
Monika Rychtarikova & Christ Glorieux

 

Reizen per vliegtuig behoort al een hele tijd niet meer tot de buitengewone manieren van Lage-kost en andere vliegtuigmaatschappijen hebben vliegen naar verre bestemmingen toegankelijk gemaakt voor de brede bevolking, met tickets die vaak goedkoper zijn dan voor internationale treinen. De toename van luchtverkeer heeft echter impact op de geluidsbelasting op de omgeving van luchthavens en vliegroutes. EU-richtlijnen geven voorschriften voor de evaluatie van de geluidsbelasting die gepaard gaat met landende en vertrekkende toestellen, via metingen en berekeningen. Meten is weten, maar helpt dit ook om problemen van geluidsoverlast aan te pakken? In deze bijdrage worden factoren besproken die de geluidsbelasting door vliegverkeer rond luchthavens bepalen, met name het aantal bewegingen, het baangebruik, de routes, de verticale stijg- en daalprofielen, de toesteltypes en meteorologische factoren, en worden de mogelijkheden en beperkingen bekeken van maatregelen om de geluidsbelasting in te perken. Ook wordt ingegaan op de betrouwbaarheid en representativiteit van rekenprogramma’s en meetpostgegevens.

 

 

DE VEROUDERINGSCORRECTIE CTIJD VOOR STILLE WEGDEKKEN
Ronald van Loon

 

Bij de berekening van de geluidemissie van wegverkeer wordt afhankelijk van het wegdektype een geluidreductie of een geluidtoeslag verwerkt. Deze reductie of toeslag is gedefinieerd als de wegdekcorrectie, ofwel Cwegdek. De procedure om de wegdekcorrectie vast te stellen is in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 gewijzigd ten opzichte van het vorige Reken- en meetvoorschrift uit 2006. Een belangrijke verandering is dat de wegdekcorrectie in het nieuwe reken- en meetvoorschrift het geluideffect beschrijft over de gehele levensduur. Voorheen was de wegdekcorrectie vooral representatief voor nieuw aangelegde wegdekken.

 

 

 

 

In de nieuwe methode is de Cwegdek opgebouwd uit het geluideffect van het nieuwe wegdek (Cinitieel) plus een toeslag voor de akoestische veranderingen in de tijd, de Ctijd. Bestudering van het tijdafhankelijk gedrag van akoestische wegdekeigenschappen hebben geleid tot een methode voor de bepaling van de Ctijd.

 

 

METING VAN INDUSTRIELAWAAI EN VERGELIJKING MET BEREKENINGEN RONDOM TATA STEEL, IJMUIDEN
Theo Campmans

 

Tata Steel heeft een groot industrieterrein in IJmuiden. Met het oog op de eisen die de milieuvergunning stelt aan de geluidimmissie in de woonomgeving is het van groot belang om inzicht te hebben in de geluidoverdracht van de verschillende bronnen naar de immissiepunten. Alleen dan is het mogelijk om effectieve maatregelen te treffen zonder onnodig hoge kosten. Er is onderzoek uitgevoerd om te controleren of de resultaten van de gebruikte rekenmodellen voor de geluidoverdracht met de werkelijkheid overeenkomen. De presentatie gaat in op twee interessante aspecten van meten en rekenen van het geluid van Tata Steel.

 

In de eerste plaats worden resultaten gegeven van metingen aan de zuidkant van het industrieterrein, uitgevoerd bij wind uit noordelijke richting, om de uitkomsten van een speciaal rekenmodel (IL-IJmond) te valideren. Dit model verschilt van het standaard rekenmodel van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Ten behoeve van de metingen zijn grote delen van de zuidkant van het industrieterrein zijn stilgelegd. De resultaten van metingen en berekeningen laten een goede overeenkomst zien.

 

In de presentatie wordt ook ingegaan op de resultaten van geluidmonitoring, die in 2005 is gestart op drie meetpunten rond het industrieterrein, vooral om de geluidimmissie in de nachtperiode in de gaten te houden. De meetpunten liggen op 500 en 700 meter van de grens van het industrieterrein. Uit de meetresultaten en de meteorologische gegevens volgt een interessante relatie tussen gemeten geluid en windsnelheid. Hieruit blijkt dat het voor het meten van industriegeluid op grotere afstanden van groot belang is om rekening te houden met de windsnelheid.

 

 

COMBINATIES VAN METEN EN REKENEN IN AANPAK VAN INDUSTRIE- EN VERKEERSGELUID
Frits van der Eerden

 

Het beheersen van geluid begint bij een goed inzicht in de geluidsituatie. Als de afstand tussen geluidbronnen, van zowel industrie als verkeer, en omwonenden meer dan een kilometer is, kan het onduidelijk zijn welke bronnen belangrijk zijn voor de hinder. In dat geval is het wenselijk een beter inzicht te krijgen door gebruik te maken van resultaten van zowel metingen berekeningen.

 

Dit wordt toegelicht door een voorbeeld uit de praktijk waarbij omwonenden op bepaalde momenten overlast ervaren. Met behulp van een rekenmodel dat gevoed wordt door meteorologische en verkeersgegevens (variërend van uur tot uur) kon worden aangetoond dat het verder weg gelegen verkeer op bepaalde momenten in dezelfde mate bijdraagt aan het geluid als de dichterbij gelegen industrie. Terwijl met een standaard rekenmodel een veel lagere bijdrage van het verkeersgeluid wordt berekend vanwege het gebruik van gemiddelde gegevens voor zowel het verkeer als de meteorologie.

 

 

 

 

In een tweede voorbeeld wordt inzichtelijk gemaakt wat de geluidniveaus zijn in een stedelijke omgeving vergeleken met een standaard rekenmodel. Op basis van een netwerk van geluidmeetposten kon worden bepaald in welke mate wegverkeer en treinverkeer bijdraagt als functie van locatie en tijd.

Door de combinatie van meten en rekenen was het mogelijk de actuele bronniveaus te bepalen. Voor het treinverkeer bleek deze bijdrage minder dan verwacht, terwijl voor het wegverkeer een hogere bijdrage bleek. Op basis van lokale enquêtes werd overigens het treinverkeer als meest hinderlijk geduid.

 

NIET ‘METEN IS WETEN’ MAAR ‘WETEN WAT WE METEN’ SECTORIALE MILIEUREGELGEVING BIJ RUIMTELIJKE BESLUITVORMING OMTRENT SCHOLEN

Rob Witte / Hans van Leeuwen

 

Bij rekenen beschouwen we verschillende bronsoorten apart van elkaar. Als weg gaan meten, zeker bij langdurige onbemande metingen, is het maar de vraag of je weet wat je meet. Worden de niveaus nu veroorzaakt door weg of railverkeer of de grasmaaier van de buurman? En als er sprake is van weg, rail of luchtvaartlawaai dan is welke bronsoort waar verantwoordelijk voor? En wat is de invloed van meteorologie, en van de staat van een spoorbaan of het wegdek? In deze lezing wordt, aan de hand van een aantal praktijkcases, ingegaan op de uitdagingen en oplossingen voor het ontleden van gemeten dB(A)’s naar bronsoorten, op de invloed van variabiliteiten zoals veroudering wegdek en slijtage spoor en op de uiteindelijke vergelijking tussen gemeten en berekende waarde.